Tegen verkiezingen

Beste mensen,

 

Het is al te lang stil hier. Is het nieuwe boekje van David van Reybrouck “Tegen verkiezingen” niet een mooie aanleiding om weer eens bij elkaar te komen?

Op een maandagavond in November bijvoorbeeld?

Otto Cox

 

Weer eens een boek.

Beste lezers,

Zouden jullie het leuk vinden om ons boek Communicatiekragt eens te bespreken? We zijn natuurlijk ook heel benieuwd naar de reacties van vakgenoten.

Laat maar weten.

Groeten van Loes

In gezwinde pas de burger voorbij

D66 heeft een merkwaardige manier van campagnevoeren. Vandaag deed de D66-campagnebus station Leiden aan. Ik wilde wel een paar D66-kamerleden aan de tand voelen over een kwestie die mij hoog zit, dus ik rook mijn kans. Bij het station aangekomen zag ik een groep D66-ers zich in campagne-T-shirts hullen om vervolgens met gezwinde pas richting het centrum van Leiden te vertrekken. De aankondiging had weliswaar “stationsplein” vermeld maar dat men het centrum van Leiden wilde opzoeken om met potentiële kiezers in gesprek te raken kon ik wel begrijpen. “Nu, vooruit dan maar,” dacht ik en pakte mijn fiets om naar het centrum te peddelen. Daar begon het al gezellig druk te worden en ik verheugde mij op de discussie.
Tot mijn verbazing bleef de D66-groep in een flink tempo doorwandelen langs de Leidse grachten en stegen. Hier en daar een flyer uitdelend maar nergens halt houdend om in gesprek te gaan.
Door mij op het Rapenburg in hinderlaag op te stellen kon ik de karavaan tot stilstand brengen. Nee, ik hoefde geen flyer maar wilde in gesprek over democratie. Over de plannen van D66 voor het halveren van het aantal gemeenten en provincies. En vooral over de gevolgen daarvan voor de democratie en de invloed van de burger, want de D66-plannen gaan daar slecht voor uitpakken. Ze leiden tot een nog grotere afstand tussen burger en bestuur en een nog kleinere invloed van burgers. Vermeende efficiency mag volgens mij niet het enige criterium zijn voor de inrichting van het openbaar bestuur. Nietwaar, beste Democraten ‘66?
Het gesprek verliep teleurstellend. De D66-ers, kandidaat-kamerleden en raadsleden, blijken vooral gericht te zijn op daadkrachtige besluitvorming en storen zich aan de hindermacht van kleine gemeenten. Over de grotere afstand tussen bestuur en burger en hun mindere invloed kwam geen heldere visie naar voren. Met een krachtiger bestuur zou dat vanzelf wel goed komen en de burger kan ook wel iets verder fietsen naar een gemeentehuis. Er klonk ook frustratie in door van bestuurders van grote gemeenten over het dwarsliggen van kleinere gemeenten in de regio.
Net toen ik mij aanzette voor een geanimeerde discussie braken de D66-ers het gesprek af. Ze moesten de bus halen voor een bezoek aan een volgende gemeente. En ze verdwenen met gezwinde, daadkrachtige pas achter de horizon. Ook achter mijn kiezershorizon, want ik vrees dat deze manier van campagnevoeren symbolisch is voor de manier waarop D66 het gesprek met de burger wil aangaan.

© Otto Cox, 9 september 2012

Gezagsdragers. De publieke zaak op zoek naar haar verdedigers

Nederland-heeft-veel-moeite-met-aanvaarden-van-gezag. Dit lijkt me een mooi boek voor de volgende keer. Thijs Jansen, Gabriël van den Brink en René Kneyber (red.) . Boom. 24,50 euro. Ik heb het besteld op basis van info inkijkexemplaar (pdf).

(Misschien leuk om te weten, voor mij in elk geval leuk om jullie te vertellen: mijn voorstel voor de considerans voor een nieuwe Wob in Nederland heeft de eindstreep gehaald en staat nu in het  wetsvoorstel van Mariko Peters van GroenLinks… (pag 56) dat begin deze maand naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het zijn maar 65 woorden in het initiatiefwetsvoorstel, ik was ditmaal kort van stof.)

ma 18 juni: Genieten van weerstand

Op voorstel van Ingrid en Marcel (en ik ben niet tegen want ben dan sneller thuis) komen we deze keer bijeen in Brussel. Ik stel voor 16 uur café/restaurant Ketje Luxemburgplein tegenover het Europees Parlement (NMBS-station ‘Brussel-Luxemburg’). Dan weten jullie meteen ook dat een Ketje geen Zinneke maar wel een Kiekenfretter is. Dat is met het zelfde NS-kaartje vanaf Brussel-Centraal in plm 15 min te bereiken (de trein gaat eerst een stukje terug noordwaarts en buigt dan oostwaarts af).

Vanaf 16 uur genieten we a. van een wandeling door de Europese wijk onder deskundige leiding (ahum) en b. van een bezoek aan het Parlementarium en c. van wellicht nog meer. We zullen een deel lopen van de ‘lobbytour’, een wandeling langs de panden waar de ruim 15.000 Brusselse lobbyisten werken: de machtsfluisteraars die achter de schermen soms de dienst uitmaken in de EU. Lees ter voorbereiding ook het vorige week grondig herziene lemma ‘lobbyen’ op Wikipedia over deze Brusselse branche.

Om 18 uur schuiven we aan tafel op een nog nader aan te wijzen plek om te spreken over het jongste boek van Guido Rijnja, Genieten van weerstand. Hij is er vorige week op gepromoveerd in Twente en heeft 300 ex laten drukken die allemaal al op zijn. Maarr, op www.genietenvanweerstand.nl vind je het ‘schurende’ verhaal ook. Gratis, dat wel, maar geen goedkoop leesmateriaal. Het gaat over het ambtelijke perspectief op de weerstand die de overheid in haar werk ontmoet. Daar kun je last van hebben, maar je kunt weerstand ook proberen te begrijpen, te waarderen en te benutten voor de democratie. Van papier lezen kan ook, maar stop eerst 333 vellen in je printer.

Laat ff hieronder weten of je komt, dan weten we of we compleet zijn en kunnen er samenreisafspraken worden gemaakt. De trein die uit R’dam vertrekt om 13u55 komt met een overstap in Brussel-Centraal aan om 16u00 in Brussel-Luxemburg. De onnodig dure Thalystrein laat je eerst nog 20 minuten wachten tot het 16u is…

volgende leesclub 23 april 18u00

Hoi lezers, de volgende bijeenkomst is 23 april. Ik stel voor de nieuwe (3e) druk van “Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief”: op
http://www.coutinho.nl/winkel/culturele-waarden-en-communicatie-in-internationaal-perspectief-b-634.html vind je er meer over. Ben benieuwd naar de reacties op dit voorstel.
Rein

Framing. Over de macht van taal in de politiek. Hans de Bruijn

De ondertitel van dit boek zegt dat het bij framing gaat over “de macht van taal in de politiek”. Dat idioom dwingt na 236 bladzijden tot relativering van deze drie begrippen. Om in stijl te blijven: tot reframing van de terminologie achter macht, taal en politiek.

Rein van Gisteren

Taal
Dat taal een belangrijk ingrediënt is van een framingsrecept staat buiten kijf. Maar het gaat om meer. Het wordt al preciezer als er in plaats van taal ‘woordkeus’ zou hebben gestaan, maar ook dan is deze overtuigingstechniek er nog niet mee in een compleet denkraam geplaatst. Het gaat bij framing immers niet louter om het gebruik van taal, maar soms ook om het selectief achterwege laten ervan. Het niet noemen van iets of het wegredeneren ervan. Behalve om taal gaat het bij framing naar mijn mening ook om beeldtaal (vorm), om toonzetting, om timing en om plaats. Een politieke boodschap wint aan betekenis als deze is ingebed met behulp van de juiste beeldtaal. Spreekt een patriottistische oorlogspresident na de raketaanval stoere woorden in een bomberjack vanaf een vliegdekschip en deelt hij daarna kerstkalkoenen uit aan de manschappen, dan vormt deze beeldtaal een krachtiger victorieframe dan de retorische kwaliteit van zijn toespraak. Het beroemde Reagan filmpje “Bear in the woods” illustreert niet alleen visuele overtuigingskracht, het toont ook dat framing weglating betekent van woorden: de voice over roept alleen “stilzwijgend” beelden op van de dreiging van het communistische “Evil Empire” (p168).

Macht
In plaats van macht prefereer ik het woord invloed. Macht is iets wat je hebt, invloed is iets wat je wordt verleend of toegekend. Bij framing speel je juist op attributie in. De traditionele opvatting is, dat het bij politieke communicatie gaat om informatieoverdracht “naar een doelgroep toe” die je moet zien “te bereiken”. Dat is maar het halve verhaal. De kern van framing schuilt voor mij veeleer in de (meta)interactie. Het gaat eerder om het oproepen dan om het vestigen van betekenissen. Bij betekenisgeving gaat het om het aansluiten op en activeren van al bestaande kennis. Je voegt er slechts een klein beetje aan toe. Je bevestigt opvattingen en maakt latente indrukken manifester. In die zin zie ik een frame als een denkversneller. Een goed frame speelt in op wat de ander al dacht of veinst te denken. Het is een dualistisch concept dat andermans interpretatie van de werkelijkheid faciliteert, duidt, kadert, inkleurt en labelt. Framing vereist interactief kunnen denken, het is inspelen op gevoelens, is anticiperen op reacties, is aanbieden van een interpretatiekader, is vanzelf-sprekende metaforen opzoeken, het vergemakkelijken van aanvaarding. Maar het gaat niet om macht, hooguit in de betekenis van definitiemacht. Een oorlog heet geen oorlog als CNN er geen schotelwagens heen stuurt.

Politiek
Hans de Bruijn beperkt zijn boek tot framing in de politiek. De term politiek wordt daarbij verengd tot de activiteit van de pakweg honderd beroepspolitici die in het boek worden aangehaald. Alsof alleen politici politiek bedrijven. Buiten hen wordt er natuurlijk flink op los geframed, bijvoorbeeld door journalisten en programmamakers, door lobbyisten en actievoerders. Neem de journalistiek. Ze lopen niet alleen zichzelf versterkende nieuwsgebeurtenissen achterna (hypes), met de suggestieve vragen waarmee ze politici soms confronteren plaatsen ze hen natuurlijk ook regelrecht in allerhande frames. Zou de premier de vraag krijgen “Maar haalt u de volgende verkiezingen wel?”, dan zit het verliesframe in de vraag opgesloten. Een onenigheid wordt door de pers al ras geplaatst in het kader van politieke stampei. Ook burgers doen aan framing. Het frame zakkenvullers is nu uitgebreid met bankdirecteuren, beleggers en financiele experts.
Waarom zouden lobbyisten van de chemische industrie zoveel moeite doen om hun pesticiden semantisch om te vormen tot “gewasbeschermingsmiddelen”? Dat is omdat de bestrijding van mens en dier niet in hun frame past. Waarom en door wie is genetische manipulatie in het debat omgevormd tot modificatie casu quo “GMO’s”? Waarom zijn Israëli’s volgens joodse lobbyisten vrijwel altijd slachtoffer en zelden dader? Wie is er de bezetter van het aan de Palestijnen beloofde land? Spreken we van het versoepelen van het ontslagrecht en het harmoniseren van de zorg? Waarom “moest” de politie ingrijpen bij een demonstratie en waarom worden betogers door het journaal zelden als beschermwaardig neergezet? Kortom: politieke framing is meer dan alleen framing door een handjevol beroepspolitici.

Meer dan politiek
Framing kan ook gaan over niet politieke zaken. Ik had graag meer willen lezen over het verschil tussen framing, branding en positionering. Ik heb het idee dat framing gaat over het ‘neerzetten’ van beleid, branding over merken en positionering over personen en organisaties. Alpro communiceert zich suf om haar plantaardige toetjes “in het zuivelvak” geframed te krijgen. Rutte positioneert zich nu als een pater familias annex bruggenbouwer en de branding van Douwe Egberts heeft niets met het branden van koffie maar alles met de verkoop van huiselijke gezelligheid te maken.

Ben benieuwd naar jullie bevindingen!

Voorstel bijeenkomst 30 januari 2012: Framing

Rein, Jan en ik stellen voor om de volgende bijeenkomst van onze leesclub te houden als iedereen de oliebollen en nieuwjaarsrecepties heeft verteerd, namelijk op maandag 30 januari 2012.

Ons voorstel voor het boek is : Framing, van Hans de Bruin.

Het boek is net verschenen en bespreekt framing in de politieke arena. Hans de Bruin, hoogleraar bestuurskunde in Delft, bespreekt vragen als: wat is de structuur van een goed frame, wat moet je met een eenvoudig frame als de werkelijkheid ingewikkeld is en ook: wie is beter in framing: links of rechts? Zie ook: www.plataan.nl/result_titel.asp?Id=3291

We horen graag van jullie of je wat ziet in ons boekvoorstel en of je erbij bent op 30 januari.

Nussbaum heeft een punt, maar had het scherper gemoeten?

De bespreking van ‘Not for profit’ van Martha Nussbaum vond plaats in klein maar aangenaam gezelschap. Onze conclusie was dat ze een valide punt heeft. Aandacht voor zaken als geschiedenis, creatieve vakken, logica en kritisch nadenken is gewenst in het onderwijs, en trouwens ook daarbuiten. En de waardering van deze zaken die geen onmiddellijk economisch nut hebben staat onder druk.

Maar onze mening over de manier waarop ze haar punt probeerde te maken liep wat uiteen. Waar de een het boek in één ruk had uitgelezen vond de ander dat het allemaal wel wat scherper had gekund.

Ook over de manier waarop Nussbaum het systeem van het onderwijs in de ‘liberal arts’ in de VS als ideaal verkondigde waren we niet onverdeeld enthousiast. Er zijn ook andere manieren om dat ideaal te bereiken dan het onderwijs in de VS, en komt dat brede ‘liberal arts’ programma vooral de bovenlaag ten goede en is het probleem van niveau en toegankelijkheid van het basisonderwijs in de VS een minstens zo dringend probleem. Ook het verband tussen het ‘liberal arts’ onderwijs en een goed functionerende democratie is volgens ons niet zo één op één als Nussbaum beweert.

Wel kunnen we het helemaal eens zijn met het belang van kritisch leren denken, vragen leren stellen en het vermogen je te verplaatsen in anderen. En ja, dat staat onder druk, van economische argumenten, steeds strakkere regels en bijvoorbeeld ook door de publicatiedwang bij de universiteiten, waardoor onderwijs daar min of meer een ondergeschoven kind lijkt te zijn. Overigens geeft juist de nadruk die men legt op het belang van de kenniseconomie en het creatief ondernemerschap ook een sterk economisch argument voor een bredere opleiding en voor vakken die geen onmiddellijk aanwijsbaar nut hebben. En dat argument mag ook best vaker worden gebruikt in de discussies hierover.

Nederland buiten kennis

— Vervolgbijdrage voor onze komende bespreking van Nussbaum: over de economisering van onderwijs en wetenschap —

Een lichtend voorbeeld van mercantiele verblinding levert Jan Kamminga in VPRO’s Tegenlicht. De gewezen provinciebestuurder trad op 7 november 2011 op als tv-lobbyist voor de hightech industrie. Tegenlicht ontblootte de zielenroerselen van een liberaal bij zijn laatste gang langs succesrijke ondernemers. De paradepaardjes van Hollandse handelsgeest en vernuft.

Het promofilmpje VPRO’s Tegenlicht staat op http://www.youtube.com/watch?v=-BVZ_HIj5rg&feature=player_embedded

Kamminga toonde in de reportage louter belangstelling voor de economische bijdrage van de bètavakken en voor het corporate image van de bv Nederland. Hij laat zich denigrerend uit over opleidingen als sociologie, sportmanagement en psychologie. In stijl met de VOC-gedachte: studies als deze leveren geen winst maar ‘geleuter’ op. Toch? Een populaire klaagzang was het, op ‘leuke’ leuterstudies. Voor wie deze analyse op zich laat inwerken is het vrij logisch dat Kamminga’s eigen dochter psychologie ging studeren. Zouden de Staten van Gelderland hem als CdK niet reeds hebben heengezonden met een motie van treurnis, dan hadden ze het na deze uitzending alsnog gedaan. Maar dan zonder buitenissige receptie.

Ook de programmamakers koppelen investeringen in onderwijs vrij kritiekloos aan terugverdienen. Meer onderwijskwaliteit is natuurlijk altijd welkom, ook als werkgevers dat bepleiten. En het is ook niet minder welkom als het pleidooi afkomstig is van een VVD-bobo die zelf ooit op de hbs zat, een onderwijstype dat hem een brede algemene ontwikkeling had moeten bezorgen. Maar met zijn permanente vorming daarná moet iets zijn misgegaan. Kamminga heeft een louter economische neus ontwikkeld voor groei en bloei. Als een Rupsje Nooitgenoeg legt hij meer en beter alleen in materiële zin uit. Kamminga laat individuele ontwikkeling als belangrijkste pedagogische ‘eindproduct’ onbelicht. Hij is een slecht ambassadeur voor de humaniora, voor de vrije wetenschap en voor het nut van brede vorming. Met geen woord rept de brallende krijtstreepdrager vanuit zijn donkere dienstauto over het maatschappelijk rendement van creativiteit, tittel noch jota wijdt hij aan burgerschapsvorming, niets zegt hij over het ontwikkelen van kritische geesten om over het belang van zelfstandig leren denken maar te zwijgen. Sociale engineering past niet in ‘s mans denkraam. Alleen techniek telt.

Voordat haar professie is opgedoekt kan wellicht de psychologe Kamminga verklaren hoe het komt dat haar bezorgde vader zoveel angst tentoonspreidt voor de aantasting van onze welvaart. Normale mensen zijn bang voor beleggers en bankiers, maar voor Kamminga is het de bijna xenofobe vrees dat ‘ons land’ linksom of rechtsom worden ingehaald door wijsneuzen uit China. Ja ook uit India, dat Kamminga in verband brengt met de hulpactie ‘Eten voor India’. Een derdewereldland dat nu knapper dreigt te worden dan onze eigen poldertechnici. Wat hij toch vooral voorkomen wilde is dat het westen wijsheid uit het oosten zou moeten importeren. Kappen met die ontwikkelingshulp!

In de praktijk roepen de werkgevers die Kamminga vertegenwoordigt vooral om toegepaste kennis. In de reportage van Tegenlicht werd de verwelkoming van hoogopgeleide kenniswerkers die voor een fabriek uit Veghel worden ingevlogen vergeleken met het ‘onthaal’ dat asielzoekers en prostituees ten deel valt. Als Kamminga tijdens zijn maatschappelijke vorming had mogen oefenen in sociale vaardigheden had hij deze respectloze vergelijking niet ongecorrigeerd laten passeren. Asielzoekers komen naar hier uit landen waar burgerlijke vrijheden soms niet eens op papier staan. En alleen de meest kansrijke economische vluchtelingen geraken hier om er achter te komen dat de principes van de vrije markt wél voor export van goederen, maar slechts selectief voor de import van de factor arbeid gelden. Geen werkers, wel kenniswerkers. Flitskapitaal mag zich in het denkraam van Kamminga woekerend over de wereld bewegen, kennis horen we hier voor onszelf te houden.

Ik moest bij Kamminga’s woorden over India denken aan een persoonlijke ervaring. Ik woonde een lezing bij van een deskundige uit Bangla Desh. Ze had de westerse ouderenzorg intensief bestudeerd en deed daarvan op boeiende wijze verslag. Kritische noot uit de zaal: wat ze ginds met die kennis ging doen? Haar antwoord was slimmer dan de vraag: “Niets”. Ze hoopte dat we ervan kon leren voor onze ouderenzorg…