Archief van mei, 2009

21 september: nieuwe lees&eetafspraak

Ambitieus, ja dat mag best! De HCLC leest voor de volgende keer maar liefst twee boeken. Dus maak maar wat ruimte in de vakantiekoffer.

Voorgedragen door Albertien en Jan.

en het tweede boek (een dunnetje):

Voorgedragen door Carolien.

Later volgen stellingen!

Tip: Reputatie driedaagse

Van 28 tot 30 mei 2009 organiseert het Reputation Institute (RI) het congres ‘Ensuring Business Continuity through Impactful Reputation Management‘. De huidige financiële crisis heeft zeer veel schade toegebracht aan reputaties van bedrijven, instellingen en personen.Tijdens het congres vertellen topmanagers van Akzo Nobel, Eneco, Océ en Philips wat zij anders gaan doen op het gebied van reputatiemanagement. Het congres is een gezamenlijk initiatief van prof. Charles Fombrun (Stern Business School) en prof.dr. Cees van Riel (Rotterdam School of Management, Erasmus University) en vindt plaats in Amsterdam.

Kijk op http://www.eur.nl/nieuws/detail/article/11519/  of op http://www.rsm.nl/home/news/events?eventid=1248&page=2

Stellingen / discussiepunten “Geloven in verandering”:

– wie heeft/hebben het boek geschreven en wie heeft/hebben de foto’s gemaakt?
– De ongelooflijke complexiteit van de maatschappelijke en politieke issues noopt tot versimpelde concrete populistische taal. Vergelijk met de beleggingsproducten die de bankdirecteuren en toezichthouders zelf niet meer snappen.
– retoriek is een vorm van populisme
– De boodschap inspireert meer dan het boek
– Het boek is ontvangergericht geschreven.
– Relatie tot andere media: internet, TV, radio, speeches, kranten, etc. Interactie vooraf of reactiemogelijkheden?
– Dit is (g)een goede vorm om een partijprogramma te communiceren.

Geloven in verandering

160 Pagina’s verkiezingsprogramma met foto’s van de aanstaande president tussen arbeiders, wetenschappers en schoolkinderen, 8 speeches en een voorwoord van Obama zelf. ‘Geloven in verandering’ is een degelijk staaltje propaganda, want het schrijfteam ‘Obama for America’ kent de kneepjes van het vak. En vooral een paar van de speeches zijn juweeltjes in retorisch opzicht. ‘Een Volmaakte Unie’ waarin Obama onder meer ingaat op zijn jarenlange band met de sterk bekritiseerde dominee Wright is daarvan naar mijn smaak het mooiste voorbeeld.

Opvallend is dat er nauwelijks recensies van het boek te vinden zijn. En dat terwijl eerdere werken van Obama, waaronder Dromen van mijn vader, als warme broodjes over de toonbank gaan. Dat dat boek een stuk populairder is, is niet vreemd. Dromen van mijn vader is autobiografisch en dat geldt niet voor Geloven in verandering, dat veel pagina’s taaie kost biedt. Geloven in verandering is wel schikt om na te gaan of Obama zich aan zijn verkiezingsbeloften houdt.

Obama belooft een economisch noodplan om de Amerikaanse economie er weer bovenop te helpen met zware investeringen in alternatieve energie. Daarbij schuwt hij enig protectionisme niet. Handelsovereenkomsten wil hij aanpassen ten gunste van de Verenigde Staten. Multinationals die werk naar lage lonen landen verplaatsen krijgen minder steun. Een betaalbare gezondheidszorg voor alle Amerikanen staat ook hoog op zijn lijst van verkiezingsbeloften, net als het verbeteren van het onderwijs, van de infrastructuur en van het electriciteitsnetwerk. Tegelijkertijd wil Obama forse bezuinigingen doorvoeren om het begrotingstekort terug te dringen dat onder Bush is opgelopen tot ruim 400 miljard dollar. Het beeindigen van de oorlog in Irak is daarbij cruciaal evenals het verhogen van de belastingen voor de allerrijksten en het verminderen van belastingvoordelen van grote bedrijven. De deur naar belastingparadijzen wil Obama sluiten. En enigszins tot zijn schrik kwam minister van Financien Bos er recent achter dat Nederland volgens Obama ook in dat rijtje thuis hoort.

Het is Obama menens is met zijn verkiezingsbeloften. Dat lijken de eerste honderd dagen van zijn regering uit te wijzen. Wie The Economist van de afgelopen week erop na leest, moet constateren dat Obama zich niet heeft bezondigd aan holle retoriek. ‘A hunderd days of hyperactivity’ kopt het bepaald niet als progressief te boek staande zakenblad. En het heeft er alle schijn van dat Obama niet van plan is om gas terug te nemen. Recent is de Republikeinse senator Arlen Specter overgestapt naar de Democraten. Daarmee komt het aantal zetels voor de Democraten op 60. De Republikeinen kunnen zich nu niet langer van vertragingstechnieken als de filibuster bedienen. Dat betekent overigens niet dat Obama in een overwinningsroes verkeert. Hij lijkt er zich van bewust te zijn dat het tij gemakkelijk kan keren. Zo is hij, als verklarend voorstander van gelijke rechten voor minderheden, opvallend afwezig in het debat over homohuwelijken. En aan het recht van alle Amerikanen op een vuurwapen brandt hij zijn vingers evenmin. Daarover kraakt hij in Geloven in verandering geen enkele kritische noot.

Voor voorlichters zijn de speeches van Obama uit Geloven in verandering prima studiemateriaal. En over een paar jaar moeten we het boek nog maar eens uit de kast halen om te zien in hoeverre Obama zijn verkiezingsbeloften is nagekomen.

Bespreking "Van Rotterdam naar het Witte Huis"


Ik heb -toch- het boek van Kirsten Verdel “Van Rotterdam naar het Witte Huis” over Obama’s campagne gelezen. Helaas valt het algemene oordeel tegen. Dat komt deels door de plaats die Verdel had in Obama’s campagne: zij was lid van het “rapid response team” dat snel moest reageren op spotjes, uitspraken en aanvallen van de McCain-campagne, en deed daarnaast “opposition research”, het verzamelen van informatie over en analyseren van de tegenstanders en het doen van voorstellen voor (re)actie. Dat kleurt uiteraard de waarneming. Het accent van Verdel’s verhaal ligt op dat onderdeel van de Obama-campagne,met een accent op de media en op de tegenstander. Soms lijkt het verhaal vaker over de McCain-campagne te gaan dan over de Obama-campagne.
Dat is begrijpelijk, maar toch is het jammer dat Verdel in haar boek niet de kans grijpt om meer context van de Obama-campagne te geven en wat meer te refelecteren.

Omvang en grondigheid van de campagne
Natuurlijk zitten er wel interessante feiten en observaties in Verdels boek. Neem alleen de omvang van de campagnes. De totale kosten van alle campagnes waren 5,4 miljard dollar, Obama alleen al gaf 20 miljoen dollar per week uit aan onderzoek met focusgroepen. Die 20 miljoen is wat in Nederland alle partijen bij elkaar uitgeven aan de tweedekamerverkiezingen. En om wat dichter bij de grond te blijven: het campagnekantoor van Clinton in New Hampshire had 150 vaste medewerkers.
Ook interessant is de omvang en grondigheid waarmee de tegenstanders elkaar analyseren. Zo was er al voor de echte campagnestart meer dan 1000 uur televisie met McCain beschikbaar die de “opposition research” moest navlooien. Er werden “trackers” gestuurd naar alle belangrijke bijeenkomsten om de uitspraken van de tegenstander op te nemen, en waar nodig te framen en te gebruiken. De rol van het beeld is daarbij doorslaggevend: Verdel haalt een voorval aan waarbij ze een zeer bruikbare uitspraak vanMcCain vonden, maar die niet konden gebruiken omdat er geen televisiebeeld van was.

Framen
Het “framen”, niet alleen van de eigen kandidaat, maar juist ook van de tegenstander, speelt een grote rol, en Verdel geeft voorbeelden van hoe de kandidaten dat probeerden te doen. Bijvoorbeeld door McCain als een voortzetting van Bush neer te zetten. Dat framen werkt ook door bij de debatten. Nog tijdens de debatten worden er fact checks naar de media gestuurd, en direct na afloop gaan er berichten uit met de eerste commentaren, uiteraard positief over de eigen kandidaat en negatief over de ander. Uiteindelijk, schrijft Verdel, gaat het er niet om wat de kandidaten tijdens de debatten zeggen, maar hoe het na afloop wordt geïnterpreteerd. Wat overigens niet altijd invloed heeft. Zo bleek na het debat tussen Biden en Palin dat de meeste kiezers Biden als winnaar aanwezen, maar dat Palin ook in de achting van de kijkers was gestegen, omdat zij het beter had gedaan dan verwacht.

Verspreiden binnen enkele minuten
Verdel geeft zeker ook interessante observaties over de snelheid van de media en de campagne, onder andere door een vergelijking met de campagne van Robert Kennedy in 1968. In 1968 namen journalisten de tijd om na te denken over wat de hadden gezien, en plaatsten dat in een bredere context. Tegenwoordig kunnen ze zich dat niet meer veroorloven. Binnen minuten wordt een verhaal via internet verspreid, uitgezonden en daarna keer op keer herhaald. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de campagnes: kandidaten moeten continue op hun hoede zijn, iedere uitspraak, ieder gebaar kan worden opgeblazen tot breaking news. Waar de campagne dan het antwoord op klaar moet hebben. Een troost kan wel zijn dat wat vandaag “breaking news” is, een paar dagen later alweer vergeten kan zijn.

Context ontbreekt te veel
De snelheid van de moderne media lijkt Verdel helaas ook parten te hebben gespeeld. Het grootste deel van het boek heeft een dagboekvorm. Dat leest weliswaar vlot weg, maar het is jammer dat Verdel bij het bewerken van de dagboek fragmenten tot een boek niet meer aandacht heeft besteed aan reflectie en het weergeven van de context. Nu blijf ik toch met te veel vragen zitten. Een belangrijke omissie is het ontbreken van een schets van de totale campagne-organisatie. Verdel werkte bij de afdeling Research van de DNC, de permanente campagne-organisatie van de democratische partij. Dat was een onderdeel van de Obama-campagne. Maar wat de andere onderdelen waren (zoals de internetcampagne, de fondsenwerving, formuleren van de boodschappen, bepalen van de strategie, de organisatie in de staten etc) en hoe de campagne werd aangestuurd vertelt ze niet. En dat maakt het lastig Verdels waarnemingen context te geven.

Onbeantwoorde vragen
Andere voorbeelden van onbeantwoorde vragen:
• Verdel kwam bij de DNC werken toen nog niet lang duidelijk was dat Obama de voorverkiezingen had gewonnen en de Obamacampagne en de DNC in elkaar werden geschoven. Dat zal ongetwijfeld veranderingen hebben gegeven, in organisatie en zeker ook in sfeer, maar daarover geen woord. Ook zegt Verdel nauwelijks iets over de manier waarop Obama en zijn naaste adviseurs de duizenden medewerkers gemotiveerd hielden. Wat ongetwijfeld nodig was, want van iedereen werd veel inzet en lange werkweken gevraagd.
• Eén van de kenmerken van de Obama-campagne was de zeer sterke regie van de boodschappen. Maar hoe werd dat bepaald, hoe was dat georganiseerd, wie zette de lijnen uit en bewaakte die? We komen het niet te weten.
• De veelgeroemde internetcampagne komt maar sporadisch aan bod. Verdel noemt onder andere de enorme databases, niet alleen met adressen maar bijvoorbeeld ook met resultaten van focusgroepen, interviews en onderzoeken. Maar hoe werden die gebruikt? Verdel lijkt het belang van de internetcamagne eerder wat te bagatelliseren. Misschien is dat terecht, maar dan had Verdel dat beter moeten uitwerken en beargumenteren.
• Nauwelijks een woord over de speeches en het retorisch talent van Obama. Speelde dat volgens Verdel dan geen rol? En waarom niet?
• Ook als Verdel aan het eind van de campagne naar Pennsylvania wordt gestuurd om de grass-roots campagne te ondersteunen, levert dat weinig informatie op over dat deel van de campagne. Zo geeft zij onder andere trainingen aan vrijwilligers, maar wat voor trainingen dat zijn vermeldt ze niet.

En zo blijven er wel meer interessante vragen te weinig belicht. Wat te veel aandacht krijgt naar mijn smaak de Kirsten-Verdel-promotie. Ik lees iets te vaak hoe het haar lukt iets goed -en vooral ook snel- te regelen, hoe zij vooraan weet te komen bij conventies en andere gelegenheden en belangrijke mensen weet te ontmoeten. Niet dat ik vind dat je per sé bescheiden moet blijven, maar de dosering is dan wel van belang en hier is sprake van een overdosis. Ook de illustraties zijn hiervan een illustratie. 20 Van de 41 foto’s tonen -inderdaad- Kirsten Verdel.

Kortom: een boek met aardige momenten, maar als geheel laat het te veel vragen open. Een gemiste kans.

Nu aan de slag met “Geloven in verandering”