Archief van juni, 2010

Discussie over regiobestuur: en de burger dan?

Zoals op de laatste bijeenkomst afgesproken hierbij mijn artikeltjes over de  plannen voor het samenvoegen van overheden, en vooral de gevolgen voor de burger. Het is als ingezonden brief geplaatst in Binnenlands Bestuur.

Otto

De discussie over de overheidslagen heeft een nieuw bedenkelijk hoogtepunt opgeleverd met het recente voorstel van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om alle regionale en plaatselijk overheden onder te brengen in 30 regio’s. Waarbij de VNG het niet erg vindt om die regio’s ‘gemeenten’ te noemen. Het is het meest vergaande in een reeks ideeën om overheidslagen samen te voegen: politieke partijen, waterschappen, provincies en anderen buitelen over elkaar heen om de zogeheten ‘bestuurlijke drukte’ te verminderen. Dat zou miljarden opleveren aan efficiencywinst. Daar lijkt het uitsluitend om te gaan, om die efficiencywinst, en dat is kwalijk. Want voor de burger is in die discussie geen plaats.

Eerst nog even over die efficiencywinst: die zal natuurlijk een stuk kleiner zijn dan iedereen nu voorgespiegeld krijgt. Er komen minder, maar grotere organisaties, en grotere organisaties werken niet per definitie efficiënter en beter. Het is merkwaardig dat de politiek aan de ene kant constateert dat in de zorg en het onderwijs de schaalvergroting niet goed heeft gewerkt en tegelijkertijd voor de eigen organisatie zo’n schaalvergroting nastreeft. En dan hebben we het nog maar even niet over de reorganisatiekosten, die ongetwijfeld hoog zullen oplopen. Nee, bij die efficiencywinst vallen nog wel wat vraagtekens te plaatsen.

Maar dat is niet het kernpunt. Juist door die focus op efficiency is de aandacht voor de burger en de democratische besluitvorming buiten beeld geraakt. Tekenend is dat de reorganisatie-propagandisten schermen met flink lagere aantallen bestuurders en volksvertegenwoordigers die hun voorstellen opleveren. Maar hoe zit het straks met het contact tussen burger en bestuurder? Nu is een wethouder, raadslid of waterschapsbestuurder voor een burger nog redelijk makkelijk bereikbaar. Het is niet altijd optimaal maar het is redelijk dichtbij. Maar stel dat het VNG-voorstel met 30 regiogemeenten onverhoopt werkelijkheid wordt. Dat hebben we 300 ‘wethouders’ voor 16 miljoen Nederlanders. Die het met alle nieuwe taken pas echt druk hebben. En dus geen tijd hebben om bijvoorbeeld bewonersavonden over nieuwe plannen bij te wonen. Of met bewoners rond de keukentafel te gaan zitten. En dat soort zaken zijn niet onbelangrijk, want de ervaring heeft inmiddels wel geleerd dat juist dat directe contact tussen bestuurders en bewoners een succesfactor is voor draagvlak van plannen en overheidsbeleid. Maar daar komen bestuurders na de reorganisaties straks niet of slechts mondjesmaat meer aan toe. Dat zal pas echt de kloof tussen overheid en burger vergroten.

Er is nog een tweede aspect: voor een goede plan- en beleidsvorming is debat nodig. Onder andere om tunnelvisie en vergelijkbare uitglijders te voorkomen. Met de regiogemeenten uit het VNG-voorstel, die vrij van discussie met andere overheden hun eigen gang kunnen gaan, wordt het risico op doordrukken van te weinig doordachte plannen nog groter dan het nu al is. Een goede, democratische besluitvorming vraagt debat, debat met de burger maar ook met collega-bestuurders. De plannen worden er beter en effectiever van en zullen op meer draagvlak kunnen rekenen. Dat kan je niet alleen aan ambtenaren overlaten, er zijn bestuurders en volksvertegenwoordigers nodig die dat debat aangaan, met ambtenaren en deskundigen maar zeker ook met de bewoners. Die 300 regio-wethouders zullen, alle goede bedoelingen ten spijt, hun regiokantoren nauwelijks meer uitkomen.

Kortom: de overheid is geen bedrijf, en efficiency mag niet de maatstaf zijn voor het overhoop halen van de overheidsorganisatie. De democratie, de zorg voor het direct contact met de burger en het debat horen de eigenlijke uitgangspunten van een herschikking te zijn. Een kleinere, efficiëntere overheid kan daarbij passen. Maar als efficiency het enige uitgangspunt is, wordt de kloof met de burger levensgroot en komt het democratische debat in de verdrukking.

Het voorstel van de VNG moet daarom zo snel mogelijk in het archief worden bijgeplaatst.

Otto Cox, juni 2010

Nieuw boek, nieuwe afspraak

Nieuwe leesafspraak: maandag 27 september om 1800 uur in Hof der Muzen Den Haag.

Het boek dat door de meerderheid van de aanwezigen werd uitverkoren:

U draait en u bent niet eerlijk. Spindoctoring in politiek Den Haag, van Maarten Molenaar en Chris Aalberts. http://www.sdu.nl/catalogus/9789012133524

Het lijkt mij leuk als we bij deze bespreking bijv. krantenknipsels kunnen meenemen die spinning laten zien. Dus: lees en knip ze!

Groet

Carolien

Afspraak leesclub 14-06-2010

Beste lezers,

Maandagavond 14 juni treffen wij elkaar om 1800 uur in Hof der Muzen in Den Haag (dichtbij CS).

Lieke, Rein, Otto, Albertine, Henriette, Henny, Jan en ondergetekende hebben zich aangemeld. Wie nog wil aansluiten bij dit goede gezelschap, laat het me weten.

Groet

Carolien

Overheids- en burgercommunicatie (nieuwe versie)

Lectori,

In de vorm van een essay heb ik een (concept)reactie geschreven op het Manifest Maatschappelijk verbonden overheidscommunicatie en op het rapport Vertrouwen op democratie van de Raad voor het openbaar bestuur. In mijn commentaar op beide stukken stel ik dat verticale interventies van de overheid niet vervangen moeten worden door meer horizontalisering maar dat er aandacht nodig is voor de frequent wisselende functies die overheid en burger ten opzichte van elkaar vervullen. Meer horizontalisering kan leiden tot grotere verstoringen, ze maken de kans op onbegrip en wantrouwen althans niet kleiner.

De relatie overheid-burger valt onder wat ‘overheidscommunicatie’ is gaan heten. Dat die term nog niet is vervangen door ‘burgercommunicatie’ of ‘publiekscommunicatie’ valt alleen achteraf te verklaren. Het domein omvat meer dan alleen het contact met burgers. Contacten die de overheid heeft met niet-burgers (zoals medeoverheden en bedrijven) en de contacten van de overheid met andere burgers dragen in belangrijke mate bij aan het kritieke beeld dat burgers van ‘hun’ overheid krijgen voorgeschoteld. Ook de beeldvervorming door de media draagt daar aan bij.

Als overheden de burger als klant gaan bejegenen en als zij zich calculerend opstellen, is de kans groot dat de burger zich ook zo gaat gedragen en die calculerende moraal overneemt. Als de overheid inspraak gebruikt voor draagvlakverwerving ontstaan er misverstanden over waar inspraak voor is bedoeld. Als het openbaar bestuur haar ‘oogst’-agenda steeds meer richt op verkiezingsjaren en zich met de inhoud van verkiezingen en referenda bemoeit, schaadt dat het publieke vertrouwen. En als de overheid in haar gezagsrol kiest voor horizontale bejegeningsvormen schaadt dit haar voorspelbaarheid en haar aanzien.

Wie geïnteresseerd is mee te denken nodig ik graag uit te reageren op mijn essay Overheidscommunicatie versus burgercommunicatie… en hoe men iets dichter langs elkaar heen zou kunnen praten…

Download Overheids En Burgercommunicatie

Salutem!

Rein van Gisteren