Archief van november, 2011

Voorstel bijeenkomst 30 januari 2012: Framing

Rein, Jan en ik stellen voor om de volgende bijeenkomst van onze leesclub te houden als iedereen de oliebollen en nieuwjaarsrecepties heeft verteerd, namelijk op maandag 30 januari 2012.

Ons voorstel voor het boek is : Framing, van Hans de Bruin.

Het boek is net verschenen en bespreekt framing in de politieke arena. Hans de Bruin, hoogleraar bestuurskunde in Delft, bespreekt vragen als: wat is de structuur van een goed frame, wat moet je met een eenvoudig frame als de werkelijkheid ingewikkeld is en ook: wie is beter in framing: links of rechts? Zie ook: www.plataan.nl/result_titel.asp?Id=3291

We horen graag van jullie of je wat ziet in ons boekvoorstel en of je erbij bent op 30 januari.

Nussbaum heeft een punt, maar had het scherper gemoeten?

De bespreking van ‘Not for profit’ van Martha Nussbaum vond plaats in klein maar aangenaam gezelschap. Onze conclusie was dat ze een valide punt heeft. Aandacht voor zaken als geschiedenis, creatieve vakken, logica en kritisch nadenken is gewenst in het onderwijs, en trouwens ook daarbuiten. En de waardering van deze zaken die geen onmiddellijk economisch nut hebben staat onder druk.

Maar onze mening over de manier waarop ze haar punt probeerde te maken liep wat uiteen. Waar de een het boek in één ruk had uitgelezen vond de ander dat het allemaal wel wat scherper had gekund.

Ook over de manier waarop Nussbaum het systeem van het onderwijs in de ‘liberal arts’ in de VS als ideaal verkondigde waren we niet onverdeeld enthousiast. Er zijn ook andere manieren om dat ideaal te bereiken dan het onderwijs in de VS, en komt dat brede ‘liberal arts’ programma vooral de bovenlaag ten goede en is het probleem van niveau en toegankelijkheid van het basisonderwijs in de VS een minstens zo dringend probleem. Ook het verband tussen het ‘liberal arts’ onderwijs en een goed functionerende democratie is volgens ons niet zo één op één als Nussbaum beweert.

Wel kunnen we het helemaal eens zijn met het belang van kritisch leren denken, vragen leren stellen en het vermogen je te verplaatsen in anderen. En ja, dat staat onder druk, van economische argumenten, steeds strakkere regels en bijvoorbeeld ook door de publicatiedwang bij de universiteiten, waardoor onderwijs daar min of meer een ondergeschoven kind lijkt te zijn. Overigens geeft juist de nadruk die men legt op het belang van de kenniseconomie en het creatief ondernemerschap ook een sterk economisch argument voor een bredere opleiding en voor vakken die geen onmiddellijk aanwijsbaar nut hebben. En dat argument mag ook best vaker worden gebruikt in de discussies hierover.

Nederland buiten kennis

— Vervolgbijdrage voor onze komende bespreking van Nussbaum: over de economisering van onderwijs en wetenschap —

Een lichtend voorbeeld van mercantiele verblinding levert Jan Kamminga in VPRO’s Tegenlicht. De gewezen provinciebestuurder trad op 7 november 2011 op als tv-lobbyist voor de hightech industrie. Tegenlicht ontblootte de zielenroerselen van een liberaal bij zijn laatste gang langs succesrijke ondernemers. De paradepaardjes van Hollandse handelsgeest en vernuft.

Het promofilmpje VPRO’s Tegenlicht staat op http://www.youtube.com/watch?v=-BVZ_HIj5rg&feature=player_embedded

Kamminga toonde in de reportage louter belangstelling voor de economische bijdrage van de bètavakken en voor het corporate image van de bv Nederland. Hij laat zich denigrerend uit over opleidingen als sociologie, sportmanagement en psychologie. In stijl met de VOC-gedachte: studies als deze leveren geen winst maar ‘geleuter’ op. Toch? Een populaire klaagzang was het, op ‘leuke’ leuterstudies. Voor wie deze analyse op zich laat inwerken is het vrij logisch dat Kamminga’s eigen dochter psychologie ging studeren. Zouden de Staten van Gelderland hem als CdK niet reeds hebben heengezonden met een motie van treurnis, dan hadden ze het na deze uitzending alsnog gedaan. Maar dan zonder buitenissige receptie.

Ook de programmamakers koppelen investeringen in onderwijs vrij kritiekloos aan terugverdienen. Meer onderwijskwaliteit is natuurlijk altijd welkom, ook als werkgevers dat bepleiten. En het is ook niet minder welkom als het pleidooi afkomstig is van een VVD-bobo die zelf ooit op de hbs zat, een onderwijstype dat hem een brede algemene ontwikkeling had moeten bezorgen. Maar met zijn permanente vorming daarná moet iets zijn misgegaan. Kamminga heeft een louter economische neus ontwikkeld voor groei en bloei. Als een Rupsje Nooitgenoeg legt hij meer en beter alleen in materiële zin uit. Kamminga laat individuele ontwikkeling als belangrijkste pedagogische ‘eindproduct’ onbelicht. Hij is een slecht ambassadeur voor de humaniora, voor de vrije wetenschap en voor het nut van brede vorming. Met geen woord rept de brallende krijtstreepdrager vanuit zijn donkere dienstauto over het maatschappelijk rendement van creativiteit, tittel noch jota wijdt hij aan burgerschapsvorming, niets zegt hij over het ontwikkelen van kritische geesten om over het belang van zelfstandig leren denken maar te zwijgen. Sociale engineering past niet in ‘s mans denkraam. Alleen techniek telt.

Voordat haar professie is opgedoekt kan wellicht de psychologe Kamminga verklaren hoe het komt dat haar bezorgde vader zoveel angst tentoonspreidt voor de aantasting van onze welvaart. Normale mensen zijn bang voor beleggers en bankiers, maar voor Kamminga is het de bijna xenofobe vrees dat ‘ons land’ linksom of rechtsom worden ingehaald door wijsneuzen uit China. Ja ook uit India, dat Kamminga in verband brengt met de hulpactie ‘Eten voor India’. Een derdewereldland dat nu knapper dreigt te worden dan onze eigen poldertechnici. Wat hij toch vooral voorkomen wilde is dat het westen wijsheid uit het oosten zou moeten importeren. Kappen met die ontwikkelingshulp!

In de praktijk roepen de werkgevers die Kamminga vertegenwoordigt vooral om toegepaste kennis. In de reportage van Tegenlicht werd de verwelkoming van hoogopgeleide kenniswerkers die voor een fabriek uit Veghel worden ingevlogen vergeleken met het ‘onthaal’ dat asielzoekers en prostituees ten deel valt. Als Kamminga tijdens zijn maatschappelijke vorming had mogen oefenen in sociale vaardigheden had hij deze respectloze vergelijking niet ongecorrigeerd laten passeren. Asielzoekers komen naar hier uit landen waar burgerlijke vrijheden soms niet eens op papier staan. En alleen de meest kansrijke economische vluchtelingen geraken hier om er achter te komen dat de principes van de vrije markt wél voor export van goederen, maar slechts selectief voor de import van de factor arbeid gelden. Geen werkers, wel kenniswerkers. Flitskapitaal mag zich in het denkraam van Kamminga woekerend over de wereld bewegen, kennis horen we hier voor onszelf te houden.

Ik moest bij Kamminga’s woorden over India denken aan een persoonlijke ervaring. Ik woonde een lezing bij van een deskundige uit Bangla Desh. Ze had de westerse ouderenzorg intensief bestudeerd en deed daarvan op boeiende wijze verslag. Kritische noot uit de zaal: wat ze ginds met die kennis ging doen? Haar antwoord was slimmer dan de vraag: “Niets”. Ze hoopte dat we ervan kon leren voor onze ouderenzorg…

Mondigheid of markt?

Kenniseconomie. Het woord zegt ‘t al…

De Nederlandse regering vindt onderwijs en innovatie erg belangrijk. Het nieuwe ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie krijgt hierbij een sleutelrol. Samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen is cruciaal. Een plek ambiëren in de internationale top-5 van kenniseconomieën… Onderwijs als software van onze economie…

-1 november 2011, door Rein van Gisteren-

Zouden politici die zich liberaal noemen het belang van de ‘liberal arts’ ook onderkennen? Die vraag dringt zich op als je de regeringsverklaring herleest. Onderwijs is er om te verdienen en burgers orden je naar hun economisch nut. In het politieke oeuvre van jeune premier Rutte, historicus en gewezen staatssecretaris van OC&W is het lang zoeken naar passages over de vorming van kritische geesten en mondige burgers. Democratie louter als vierjaarlijkse onderhoudsbeurt?

In Niet voor de winst, Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft, haalt de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum fel uit naar lieden die onderwijs, wetenschap en cultuur voortdurend economiseren. Leren, onderzoeken en ervaren dienen nu vooral het marktbelang. De geesteswetenschappen hebben het zwaar. Deze ‘humaniora’ horen echter geen overbodige franje te zijn, maar de brede basis voor elke vakopleiding. De echte software voor vrij denken wordt geleverd door taal, geschiedenis, filosofie en cultuur. Ik vind dat in zo’n regeringsverklaring de nadruk moet liggen op het ontwikkelen van vermogens om leerlingen geen consument maar juist producent van democratie te laten zijn. Dat is pas groei.

De bètavakken hebben het in het heersende mercantiele klimaat makkelijk om hun bestaansrecht te bewijzen. De geesteswetenschappen hebben het er veel moeilijker mee, schrijft Nussbaum. Hun subsidies, medewerkers- en studentenaantallen dalen. Ze bedoelt het vast niet, maar wat ze in haar boekje impliciet lijkt te bevestigen is dat taal, geschiedenis, filosofie en cultuur weinig economisch nut zouden dienen. Dat de humaniora er maar niet in slagen om de noodzaak van hun vakgebied te verzilveren stelt zij weliswaar vast (p.169), maar ze lijkt dat probleem ook te accepteren. De lezer die haar nieuwste boek dichtslaat blijft achter met de vraag waarom de ‘liberal arts’ uitgerekend in haar eigen land, bolwerk van kapitalistisch denken, méér draagvlak hebben dan hier in Europa.

De achterflap van het boek zegt dat Nussbaum met voorbeelden van onderwijsontwikkelingen in verschillende landen laat zien hoe [cursivering RvG] een herwaardering van de geesteswetenschappen ertoe kan bijdragen dat leerlingen weer worden opgevoed tot mondige, democratische burgers. Ik sloeg het boekje dicht met de constatering dat dat hoe beter vervangen kan worden door dat, want ik ben met die hoe-vraag blijven zitten. Met welke argumenten overtuig je economisch denkende mensen dat ‘vormende vakken’ geen luxeartikel zijn? Vooral met economische argumenten zou je zeggen. Of met argumenten dat hun visie op de mens gebrekkig eenzijdig is.

Het negatieve bewijs is makkelijk te leveren. De economische crisis legt een schrijnend gebrek bloot aan Bildung, altruïsme en moraal onder mensen als bankiers, beleggers en toezichthouders. Hun wereld is een incrowd zonder zelfcorrectie. De buitenstaanders die dat vertrouwen beroepshalve hadden moeten toetsen, blijken met het systeem te zijn vergroeid. Accountants, notarissen, kredietbeoordelaars en publieke toezichthouders rekruteren naar blijkt geen mensen uit de tegencultuur. Hoeveel opleidingstijd besteden economen aan de geesteswetenschappen? Zo te zien bitter weinig.

De economische crisis illustreert een gebrek aan democratisch gelegitimeerde tegenkracht. Degenen die het graaien hadden kunnen voorkómen en daarmee het vertrouwen hebben verspeeld bedelen er nu schaamteloos opnieuw om. Het besef dat dat vertrouwen al lang was weggegeven is goeddeels afwezig. In feite wordt het niet gevraagd, maar afgedwongen.

Hoe krijgen we de geesteswetenschappen tussen de oren van mensen die het sociale gevoel ontberen? Het antwoord is lastig omdat je er politieke machtsverhoudingen mee ter discussie stelt. Wie betoogt dat het vigerende systeem een eenzijdig en kwaadaardig beeld van ‘groei’ propageert in plaats van een ecologisch of humaan gekleurd groeibeeld, tast er hun wereld mee aan. Een wereld die leerlingen liever leert plooien in plaats van zich te ontplooien. Waar uitleggen belangrijker is dan zelf denken. De humaniora zijn straks een kwestie van aanvullend onderwijs voor ouders die het kunnen betalen.

Nussbaum gaat in haar maatschappijkritiek niet tot het gaatje. Door wel het probleem indringend te duiden, maar de hoevraag aan de lezer over te laten past ze een belangrijk principe toe van de wijsgeer die ze in haar boekje een dozijn keer aanhaalt. Socrates, de eerste communicatiewetenschapper, die excelleerde in het stellen van vragen. Wie heeft er antwoorden?

Ben benieuwd naar jullie opvattingen!