Mondigheid of markt?

Kenniseconomie. Het woord zegt ‘t al…

De Nederlandse regering vindt onderwijs en innovatie erg belangrijk. Het nieuwe ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie krijgt hierbij een sleutelrol. Samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen is cruciaal. Een plek ambiëren in de internationale top-5 van kenniseconomieën… Onderwijs als software van onze economie…

-1 november 2011, door Rein van Gisteren-

Zouden politici die zich liberaal noemen het belang van de ‘liberal arts’ ook onderkennen? Die vraag dringt zich op als je de regeringsverklaring herleest. Onderwijs is er om te verdienen en burgers orden je naar hun economisch nut. In het politieke oeuvre van jeune premier Rutte, historicus en gewezen staatssecretaris van OC&W is het lang zoeken naar passages over de vorming van kritische geesten en mondige burgers. Democratie louter als vierjaarlijkse onderhoudsbeurt?

In Niet voor de winst, Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft, haalt de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum fel uit naar lieden die onderwijs, wetenschap en cultuur voortdurend economiseren. Leren, onderzoeken en ervaren dienen nu vooral het marktbelang. De geesteswetenschappen hebben het zwaar. Deze ‘humaniora’ horen echter geen overbodige franje te zijn, maar de brede basis voor elke vakopleiding. De echte software voor vrij denken wordt geleverd door taal, geschiedenis, filosofie en cultuur. Ik vind dat in zo’n regeringsverklaring de nadruk moet liggen op het ontwikkelen van vermogens om leerlingen geen consument maar juist producent van democratie te laten zijn. Dat is pas groei.

De bètavakken hebben het in het heersende mercantiele klimaat makkelijk om hun bestaansrecht te bewijzen. De geesteswetenschappen hebben het er veel moeilijker mee, schrijft Nussbaum. Hun subsidies, medewerkers- en studentenaantallen dalen. Ze bedoelt het vast niet, maar wat ze in haar boekje impliciet lijkt te bevestigen is dat taal, geschiedenis, filosofie en cultuur weinig economisch nut zouden dienen. Dat de humaniora er maar niet in slagen om de noodzaak van hun vakgebied te verzilveren stelt zij weliswaar vast (p.169), maar ze lijkt dat probleem ook te accepteren. De lezer die haar nieuwste boek dichtslaat blijft achter met de vraag waarom de ‘liberal arts’ uitgerekend in haar eigen land, bolwerk van kapitalistisch denken, méér draagvlak hebben dan hier in Europa.

De achterflap van het boek zegt dat Nussbaum met voorbeelden van onderwijsontwikkelingen in verschillende landen laat zien hoe [cursivering RvG] een herwaardering van de geesteswetenschappen ertoe kan bijdragen dat leerlingen weer worden opgevoed tot mondige, democratische burgers. Ik sloeg het boekje dicht met de constatering dat dat hoe beter vervangen kan worden door dat, want ik ben met die hoe-vraag blijven zitten. Met welke argumenten overtuig je economisch denkende mensen dat ‘vormende vakken’ geen luxeartikel zijn? Vooral met economische argumenten zou je zeggen. Of met argumenten dat hun visie op de mens gebrekkig eenzijdig is.

Het negatieve bewijs is makkelijk te leveren. De economische crisis legt een schrijnend gebrek bloot aan Bildung, altruïsme en moraal onder mensen als bankiers, beleggers en toezichthouders. Hun wereld is een incrowd zonder zelfcorrectie. De buitenstaanders die dat vertrouwen beroepshalve hadden moeten toetsen, blijken met het systeem te zijn vergroeid. Accountants, notarissen, kredietbeoordelaars en publieke toezichthouders rekruteren naar blijkt geen mensen uit de tegencultuur. Hoeveel opleidingstijd besteden economen aan de geesteswetenschappen? Zo te zien bitter weinig.

De economische crisis illustreert een gebrek aan democratisch gelegitimeerde tegenkracht. Degenen die het graaien hadden kunnen voorkómen en daarmee het vertrouwen hebben verspeeld bedelen er nu schaamteloos opnieuw om. Het besef dat dat vertrouwen al lang was weggegeven is goeddeels afwezig. In feite wordt het niet gevraagd, maar afgedwongen.

Hoe krijgen we de geesteswetenschappen tussen de oren van mensen die het sociale gevoel ontberen? Het antwoord is lastig omdat je er politieke machtsverhoudingen mee ter discussie stelt. Wie betoogt dat het vigerende systeem een eenzijdig en kwaadaardig beeld van ‘groei’ propageert in plaats van een ecologisch of humaan gekleurd groeibeeld, tast er hun wereld mee aan. Een wereld die leerlingen liever leert plooien in plaats van zich te ontplooien. Waar uitleggen belangrijker is dan zelf denken. De humaniora zijn straks een kwestie van aanvullend onderwijs voor ouders die het kunnen betalen.

Nussbaum gaat in haar maatschappijkritiek niet tot het gaatje. Door wel het probleem indringend te duiden, maar de hoevraag aan de lezer over te laten past ze een belangrijk principe toe van de wijsgeer die ze in haar boekje een dozijn keer aanhaalt. Socrates, de eerste communicatiewetenschapper, die excelleerde in het stellen van vragen. Wie heeft er antwoorden?

Ben benieuwd naar jullie opvattingen!

Reageer

Je moet inloggen om te reageren.