Nederland buiten kennis

— Vervolgbijdrage voor onze komende bespreking van Nussbaum: over de economisering van onderwijs en wetenschap —

Een lichtend voorbeeld van mercantiele verblinding levert Jan Kamminga in VPRO’s Tegenlicht. De gewezen provinciebestuurder trad op 7 november 2011 op als tv-lobbyist voor de hightech industrie. Tegenlicht ontblootte de zielenroerselen van een liberaal bij zijn laatste gang langs succesrijke ondernemers. De paradepaardjes van Hollandse handelsgeest en vernuft.

Het promofilmpje VPRO’s Tegenlicht staat op http://www.youtube.com/watch?v=-BVZ_HIj5rg&feature=player_embedded

Kamminga toonde in de reportage louter belangstelling voor de economische bijdrage van de bètavakken en voor het corporate image van de bv Nederland. Hij laat zich denigrerend uit over opleidingen als sociologie, sportmanagement en psychologie. In stijl met de VOC-gedachte: studies als deze leveren geen winst maar ‘geleuter’ op. Toch? Een populaire klaagzang was het, op ‘leuke’ leuterstudies. Voor wie deze analyse op zich laat inwerken is het vrij logisch dat Kamminga’s eigen dochter psychologie ging studeren. Zouden de Staten van Gelderland hem als CdK niet reeds hebben heengezonden met een motie van treurnis, dan hadden ze het na deze uitzending alsnog gedaan. Maar dan zonder buitenissige receptie.

Ook de programmamakers koppelen investeringen in onderwijs vrij kritiekloos aan terugverdienen. Meer onderwijskwaliteit is natuurlijk altijd welkom, ook als werkgevers dat bepleiten. En het is ook niet minder welkom als het pleidooi afkomstig is van een VVD-bobo die zelf ooit op de hbs zat, een onderwijstype dat hem een brede algemene ontwikkeling had moeten bezorgen. Maar met zijn permanente vorming daarná moet iets zijn misgegaan. Kamminga heeft een louter economische neus ontwikkeld voor groei en bloei. Als een Rupsje Nooitgenoeg legt hij meer en beter alleen in materiële zin uit. Kamminga laat individuele ontwikkeling als belangrijkste pedagogische ‘eindproduct’ onbelicht. Hij is een slecht ambassadeur voor de humaniora, voor de vrije wetenschap en voor het nut van brede vorming. Met geen woord rept de brallende krijtstreepdrager vanuit zijn donkere dienstauto over het maatschappelijk rendement van creativiteit, tittel noch jota wijdt hij aan burgerschapsvorming, niets zegt hij over het ontwikkelen van kritische geesten om over het belang van zelfstandig leren denken maar te zwijgen. Sociale engineering past niet in ‘s mans denkraam. Alleen techniek telt.

Voordat haar professie is opgedoekt kan wellicht de psychologe Kamminga verklaren hoe het komt dat haar bezorgde vader zoveel angst tentoonspreidt voor de aantasting van onze welvaart. Normale mensen zijn bang voor beleggers en bankiers, maar voor Kamminga is het de bijna xenofobe vrees dat ‘ons land’ linksom of rechtsom worden ingehaald door wijsneuzen uit China. Ja ook uit India, dat Kamminga in verband brengt met de hulpactie ‘Eten voor India’. Een derdewereldland dat nu knapper dreigt te worden dan onze eigen poldertechnici. Wat hij toch vooral voorkomen wilde is dat het westen wijsheid uit het oosten zou moeten importeren. Kappen met die ontwikkelingshulp!

In de praktijk roepen de werkgevers die Kamminga vertegenwoordigt vooral om toegepaste kennis. In de reportage van Tegenlicht werd de verwelkoming van hoogopgeleide kenniswerkers die voor een fabriek uit Veghel worden ingevlogen vergeleken met het ‘onthaal’ dat asielzoekers en prostituees ten deel valt. Als Kamminga tijdens zijn maatschappelijke vorming had mogen oefenen in sociale vaardigheden had hij deze respectloze vergelijking niet ongecorrigeerd laten passeren. Asielzoekers komen naar hier uit landen waar burgerlijke vrijheden soms niet eens op papier staan. En alleen de meest kansrijke economische vluchtelingen geraken hier om er achter te komen dat de principes van de vrije markt wél voor export van goederen, maar slechts selectief voor de import van de factor arbeid gelden. Geen werkers, wel kenniswerkers. Flitskapitaal mag zich in het denkraam van Kamminga woekerend over de wereld bewegen, kennis horen we hier voor onszelf te houden.

Ik moest bij Kamminga’s woorden over India denken aan een persoonlijke ervaring. Ik woonde een lezing bij van een deskundige uit Bangla Desh. Ze had de westerse ouderenzorg intensief bestudeerd en deed daarvan op boeiende wijze verslag. Kritische noot uit de zaal: wat ze ginds met die kennis ging doen? Haar antwoord was slimmer dan de vraag: “Niets”. Ze hoopte dat we ervan kon leren voor onze ouderenzorg…

Reageer

Je moet inloggen om te reageren.