Archief van

Impressie debat Halve Waarheden

Een korte impressie van het Debat “Halve Waarheden”, waar we met een delegatie van 4 HCLC-ers aanwezig waren:
Het was erg gezellig, maar het debat zelf wat nogal rommelig en het aantal echt nieuwe inzichten was beperkt. Het viel ons -weer- op dat het vermogen tot een kritische reflectie op de eigen rol bij journalisten erg beperkt is. Men gaat haast onmiddellijk in de verdediging. Een opmerkelijke illustratie was de uitspraak “we hebben dat bericht toch een paar uur vastgehouden” wat als succes en maat voor de genuanceerdheid werd gepresenteerd.
Heel duidelijk naar voren kwam de scoringsdwang (zoals de ombudsman dat benoemde): als anderen erover publiceren dan moeten wij ook wel, mede “omdat het publiek erom vraagt”.
Een interessante constatering vind ik het fenomeen dat een hype mede een hype wordt doordat anderen (bijvoorbeeld kamerleden, gemeenteraadsleden of andere opinieleiders) op een bericht gaan reageren, en dat die stortvloed aan reacties  een eigen dynamiek geeft aan het nieuws. Er wordt niet eerst uitgezocht hoe het zit, er wordt gelijk gereageerd op basis van simpele beelden. Daardoor komen mensen te “bungelen”. Zie Zalm, de bonnetjesaffaire (de nederlandse versie ervan), maar ook bijvoorbeeld de commotie rond de luchtkwaliteitsadviseur in Utrecht.

Er is ruim over de DSB-affaire gesproken, mede met enkele spelers waaronder Klaas Wilting en betrokken journalisten. Volgens de panelleden was dit geen zuivere hype, omdat er wel degelijk serieuze nieuwsfeiten aan ten grondslag lagen. Opvallend was dat de NOS het interview met Lakeman over het opnemen van geld bij DSB heeft geweigerd (was wel aangeboden) wegens het te verwachten effect. Opvallend vond ik ook dat Wilting zich volgens mij oprecht gepakt voelt, onder andere door het spelletje dat volgens hem met hem is gespeeld rond het akkoord van DSB met de stichting van Hendriks.
En als laatste: niemand ging echt in op het pleidooi van Bram Peper voor een grotere rol voor een claimcultuur. Waar wat vóór te zeggen is maar ook het één en ander tegen.

Inmiddels zijn er op internet een paar verslagen over het debat verschenen:

http://tinyurl.com/yg9p92u (van de NOS-ombudsman zelf)
http://tinyurl.com/ybnlhul (reformatorisch dagblad, met vooral aandacht voor dsb aspect)
De Volkskrant van woensdag 2 december wijdde er ook een artikel aan, maar dat zit op internet achter een betaalportaal.

Otto

Bespreking "Van Rotterdam naar het Witte Huis"


Ik heb -toch- het boek van Kirsten Verdel “Van Rotterdam naar het Witte Huis” over Obama’s campagne gelezen. Helaas valt het algemene oordeel tegen. Dat komt deels door de plaats die Verdel had in Obama’s campagne: zij was lid van het “rapid response team” dat snel moest reageren op spotjes, uitspraken en aanvallen van de McCain-campagne, en deed daarnaast “opposition research”, het verzamelen van informatie over en analyseren van de tegenstanders en het doen van voorstellen voor (re)actie. Dat kleurt uiteraard de waarneming. Het accent van Verdel’s verhaal ligt op dat onderdeel van de Obama-campagne,met een accent op de media en op de tegenstander. Soms lijkt het verhaal vaker over de McCain-campagne te gaan dan over de Obama-campagne.
Dat is begrijpelijk, maar toch is het jammer dat Verdel in haar boek niet de kans grijpt om meer context van de Obama-campagne te geven en wat meer te refelecteren.

Omvang en grondigheid van de campagne
Natuurlijk zitten er wel interessante feiten en observaties in Verdels boek. Neem alleen de omvang van de campagnes. De totale kosten van alle campagnes waren 5,4 miljard dollar, Obama alleen al gaf 20 miljoen dollar per week uit aan onderzoek met focusgroepen. Die 20 miljoen is wat in Nederland alle partijen bij elkaar uitgeven aan de tweedekamerverkiezingen. En om wat dichter bij de grond te blijven: het campagnekantoor van Clinton in New Hampshire had 150 vaste medewerkers.
Ook interessant is de omvang en grondigheid waarmee de tegenstanders elkaar analyseren. Zo was er al voor de echte campagnestart meer dan 1000 uur televisie met McCain beschikbaar die de “opposition research” moest navlooien. Er werden “trackers” gestuurd naar alle belangrijke bijeenkomsten om de uitspraken van de tegenstander op te nemen, en waar nodig te framen en te gebruiken. De rol van het beeld is daarbij doorslaggevend: Verdel haalt een voorval aan waarbij ze een zeer bruikbare uitspraak vanMcCain vonden, maar die niet konden gebruiken omdat er geen televisiebeeld van was.

Framen
Het “framen”, niet alleen van de eigen kandidaat, maar juist ook van de tegenstander, speelt een grote rol, en Verdel geeft voorbeelden van hoe de kandidaten dat probeerden te doen. Bijvoorbeeld door McCain als een voortzetting van Bush neer te zetten. Dat framen werkt ook door bij de debatten. Nog tijdens de debatten worden er fact checks naar de media gestuurd, en direct na afloop gaan er berichten uit met de eerste commentaren, uiteraard positief over de eigen kandidaat en negatief over de ander. Uiteindelijk, schrijft Verdel, gaat het er niet om wat de kandidaten tijdens de debatten zeggen, maar hoe het na afloop wordt geïnterpreteerd. Wat overigens niet altijd invloed heeft. Zo bleek na het debat tussen Biden en Palin dat de meeste kiezers Biden als winnaar aanwezen, maar dat Palin ook in de achting van de kijkers was gestegen, omdat zij het beter had gedaan dan verwacht.

Verspreiden binnen enkele minuten
Verdel geeft zeker ook interessante observaties over de snelheid van de media en de campagne, onder andere door een vergelijking met de campagne van Robert Kennedy in 1968. In 1968 namen journalisten de tijd om na te denken over wat de hadden gezien, en plaatsten dat in een bredere context. Tegenwoordig kunnen ze zich dat niet meer veroorloven. Binnen minuten wordt een verhaal via internet verspreid, uitgezonden en daarna keer op keer herhaald. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de campagnes: kandidaten moeten continue op hun hoede zijn, iedere uitspraak, ieder gebaar kan worden opgeblazen tot breaking news. Waar de campagne dan het antwoord op klaar moet hebben. Een troost kan wel zijn dat wat vandaag “breaking news” is, een paar dagen later alweer vergeten kan zijn.

Context ontbreekt te veel
De snelheid van de moderne media lijkt Verdel helaas ook parten te hebben gespeeld. Het grootste deel van het boek heeft een dagboekvorm. Dat leest weliswaar vlot weg, maar het is jammer dat Verdel bij het bewerken van de dagboek fragmenten tot een boek niet meer aandacht heeft besteed aan reflectie en het weergeven van de context. Nu blijf ik toch met te veel vragen zitten. Een belangrijke omissie is het ontbreken van een schets van de totale campagne-organisatie. Verdel werkte bij de afdeling Research van de DNC, de permanente campagne-organisatie van de democratische partij. Dat was een onderdeel van de Obama-campagne. Maar wat de andere onderdelen waren (zoals de internetcampagne, de fondsenwerving, formuleren van de boodschappen, bepalen van de strategie, de organisatie in de staten etc) en hoe de campagne werd aangestuurd vertelt ze niet. En dat maakt het lastig Verdels waarnemingen context te geven.

Onbeantwoorde vragen
Andere voorbeelden van onbeantwoorde vragen:
• Verdel kwam bij de DNC werken toen nog niet lang duidelijk was dat Obama de voorverkiezingen had gewonnen en de Obamacampagne en de DNC in elkaar werden geschoven. Dat zal ongetwijfeld veranderingen hebben gegeven, in organisatie en zeker ook in sfeer, maar daarover geen woord. Ook zegt Verdel nauwelijks iets over de manier waarop Obama en zijn naaste adviseurs de duizenden medewerkers gemotiveerd hielden. Wat ongetwijfeld nodig was, want van iedereen werd veel inzet en lange werkweken gevraagd.
• Eén van de kenmerken van de Obama-campagne was de zeer sterke regie van de boodschappen. Maar hoe werd dat bepaald, hoe was dat georganiseerd, wie zette de lijnen uit en bewaakte die? We komen het niet te weten.
• De veelgeroemde internetcampagne komt maar sporadisch aan bod. Verdel noemt onder andere de enorme databases, niet alleen met adressen maar bijvoorbeeld ook met resultaten van focusgroepen, interviews en onderzoeken. Maar hoe werden die gebruikt? Verdel lijkt het belang van de internetcamagne eerder wat te bagatelliseren. Misschien is dat terecht, maar dan had Verdel dat beter moeten uitwerken en beargumenteren.
• Nauwelijks een woord over de speeches en het retorisch talent van Obama. Speelde dat volgens Verdel dan geen rol? En waarom niet?
• Ook als Verdel aan het eind van de campagne naar Pennsylvania wordt gestuurd om de grass-roots campagne te ondersteunen, levert dat weinig informatie op over dat deel van de campagne. Zo geeft zij onder andere trainingen aan vrijwilligers, maar wat voor trainingen dat zijn vermeldt ze niet.

En zo blijven er wel meer interessante vragen te weinig belicht. Wat te veel aandacht krijgt naar mijn smaak de Kirsten-Verdel-promotie. Ik lees iets te vaak hoe het haar lukt iets goed -en vooral ook snel- te regelen, hoe zij vooraan weet te komen bij conventies en andere gelegenheden en belangrijke mensen weet te ontmoeten. Niet dat ik vind dat je per sé bescheiden moet blijven, maar de dosering is dan wel van belang en hier is sprake van een overdosis. Ook de illustraties zijn hiervan een illustratie. 20 Van de 41 foto’s tonen -inderdaad- Kirsten Verdel.

Kortom: een boek met aardige momenten, maar als geheel laat het te veel vragen open. Een gemiste kans.

Nu aan de slag met “Geloven in verandering”